Hieronder volgt tekst van de speech die NAVRO voorzitter Gerben-Jan Ligthart hield bij de opening van het NAVRO clubhuis. Het is eigenlijk een (voor hem) ingekorte, persoonlijke geschiedenis van de NAVRO.

Speech opening clubgebouw 28 juni 2008

Clubhui
Gerben-Jan Ligthart is bezig met zijn speech.

Allereerst wil ik iedereen van harte welkom heten op deze voor ons zeer belangrijke dag. Vorige week zaterdag 21 juni bestond de NAVRO 30 jaar en vandaag wordt eindelijk ons nieuwe clubhuis geopend! De weg er naar toe was lang en niet altijd even gemakkelijk, maar hier is het dan.

Alles heeft een begin. Zo ook de NAVRO. En hiervoor moeten we terug naar de periode 1966-1973, plaats: Tanzania, Oost Afrika. Afrika zult u zeggen. Ja, hoe onwaarschijnlijk het ook lijkt, hier heeft mijn interesse voor ruimtevaart wortel geschoten.
Ik heb daar de belangrijkste jaren van mijn jeugd doorgebracht. Immers de eerste 10 à 12 jaar van je jeugd bepalen voor een belangrijk deel de rest van je leven. Altijd al geïnteresseerd in alles wat vloog en volgde ik, voorzover dat kon, de berichten rondom de Amerikaanse en Russische ruimtecapsules en bestudeerde ik de prachtige Afrikaanse sterrenhemel.
Elke zomervakantie ging ik een aantal weken met verlof naar Nederland en logeerde bij familie. Zo ook in 1969, het jaar dat de eerste mens voet op de maan zou zetten. Wat was ik opgewonden! Mijn ouders zouden mij midden in de nacht wakker maken om de landing live mee te maken op televisie. Na een onrustige periode slapen, waarbij de door mij in elkaar geknutselde maanlander op het nachtkastje over mij waakte, werd ik wakker gemaakt... En ja hoor, slecht zichtbare zwart-wit beelden lieten een astronaut, Neil Armstrong, zien die voorzichtig de eerste stap op de maan zette: "It is a small step for man, but a gigant leap for mankind". Deze woorden zal ik nooit meer vergeten. Het vuur was aangestoken. Er was geen weg meer terug.
Weer terug in Tanzania, verstoken van moderne middelen, fantaseerde en knutselde ik er op los. En juist vanwege het feit dat de middelen erg beperkt waren, werd ik gedwongen erg vindingrijk te zijn. Raketten en ruimteschepen werden van closetrollen, aluminiumfolie, plakband en dergelijke gemaakt. Deze vindingrijkheid en daaruit voortvloeiende creativiteit hebben mij later in het leven enorm geholpen. Ook is er iets van de Afrikaanse mentaliteit zo van, "Het komt allemaal niet zo nauw met de tijd en het leven", aan mij blijven kleven. Maar goed, dit even terzijde. Al snel ontstond de droom om zelf eens een echte raket te maken en te lanceren. Ook het worden van een heuse astronaut leek mij helemaal te gek (nu, met alles wat ik er inmiddels over weet en mijn conditie en gezondheid in acht nemende, een volslagen onuitvoerbare zaak).

Aan alles komt een eind, zo ook aan mijn Afrika periode. Enigszins te vergelijken met Armstrong zette ik in 1973 voet op Nederlandse bodem. Waarom enigszins te vergelijken? Wel, ik kwam in een land terecht dat in het geheel niet leek op wat ik gewend was. Vechten voor een meisje op het schoolplein? (Ik moest nog een deel van de zesde klas afmaken). Wat een idioot idee, nog nooit van gehoord! Steeds maar weer exact op tijd komen, wat was dat moeilijk! Dat is het overigens, als ik eerlijk ben, nog altijd. Kortom ik moest mij danig aanpassen.
In die tijd leerde ik een buurjongen kennen: Ad de Roode. Hij bleek ook zeer geïnteresseerd te zijn in ruimtevaart e.d. Al gauw ontstond het idee om een vereniging op te richten. Waarom niet lid worden van een al bestaande vereniging zult u zich afvragen. Welnu, deze bestond voor zover wij wisten niet. Eerst nog bij elkaar thuis en later in een lokaal van de Mijlpaal ontstonden de wildste ideeën. Er werd o.a. een heus clubblad gemaakt (nog met de hand geschreven en vermenigvuldigend middels carbonpapier). En zo werd op 21 juni 1978 de NAVRO een feit. Een leuke anekdote uit die tijd is de volgende: op enig moment vroeg mijn moeder aan mij: "Wat ga jij met die grote lap en draden doen?". Ik antwoordde geheel onbewogen: "Nou, die grote lap met draden is een parachute en die ga ik vanaf de flat uitproberen". U begrijpt dat mijn moeder hier niet blij mee was en de test ging dus niet door.

Ook op de MAVO ontmoette ik geestverwanten. Zo waren daar Kees Jan Groenendijk en Peter Heeren. Zij kwamen ook mee naar "De Mijlpaal". Op de MTS voegden zich Harry Advokaat en Martin van Vliet bij de club en uiteindelijk volgden op de HTS Peter Leemker en Fred van Arkel. De NAVRO begon al aardig te groeien.
In de periode 1978-1988 hield de NAVRO zich voornamelijk bezig met kleine buskruit raketjes, een heteluchtballon en meer van dergelijke luchtvaartuigen. Ook werden er tentoonstellingen en voordrachten gehouden in "De Mijlpaal". Een anekdote uit die tijd: er ging met die al genoemde buskruitraketjes ook wel eens iets mis. Op enig moment moest er een nieuwe buskruitraketmotor worden getest. Deze testen deden we altijd op een groot grasveld achter de MAVO aan de Mesdaglaan. Alles was goed voorbereid, er zou een nieuwe krachtiger motor worden getest. De motor werd goed vastgezet in een soort van testbank en Kees Jan ontstak het lont... (deze keer zonder zijn vingers te verbranden). Op veilige afstand wachtten de rest van de leden op het moment dat de motor zou ontbranden. Welnu, van een ontbranding was geen sprake. Een luide dreun en weg was de motor! Verbazing alom. Hoe kon dit nu weer? Na een tijdje te hebben gedaan alsof er niets aan de hand was en een uitgebreid veldonderzoek ontdekten we een stam van een boompje dat in tweeën was gespleten. Het spoor verder volgend kwamen we steeds dichter bij woonhuizen. Het zou toch niet waar zijn. En ja hoor, vlak onder een vensterbank was de raketmotor ingeslagen. Gelukkig kwamen we er achter dat de bewoners niet thuis waren. Wat een geluk! Met een volledig verfrommelde motor renden we weg... Later die dag kwam ik thuis bij mijn ouders die visite hadden. "Heb jij ook dat vliegtuig gehoord dat door de geluidsbarrière ging, een dreun van jewelste!". "Inderdaad, Pa", antwoordde ik, "Inderdaad niet normaal".
Van dit voorval hebben we kennelijk veel geleerd, want zo iets is daarna ook nooit meer voorgekomen.

Begin 80-er jaren leerden wij de NERO (NEderlandse vereniging voor Raket Onderzoek) kennen. Deze vereniging was in 1957 opgericht door enkele studenten van de universiteit Leiden. We waren erg onder de indruk. Door de inmiddels jarenlange ervaring werden daar heuse amateurraketten van wel twee meter gebouwd en gelanceerd tot wel twee kilometer hoogte. De NERO had op ons een motiverende invloed en na uitvoerig overleg werd de NAVRO, met behoud van identiteit, een werkgroep binnen de NERO. Tijdens deze "NERO periode" hebben we veel kennis opgedaan en zijn professioneler raketmotoronderzoek gaan doen. Na ca. twee jaar bleken wij toch te veel van elkaar te verschillen en zijn uiteindelijk onze eigen weg weer gegaan.

Prix Joseph Mercie

Eind jaren tachtig kregen wij toch weer contact met de NERO en wel met de afdeling Haarlem (onze vorige flirt met de NERO was met de NERO afdeling Drechtsteden). Wij bleken duidelijk meer raakvlakken te hebben. Dit contact mondde uiteindelijk in 1990 uit in het bijwonen van een lanceercampagne in Mourmelon, Frankrijk. Wat ik daar allemaal niet te zien kreeg! Verschillende Franse clubs lanceerden op een groot militair terrein raketten "Alsof het een lieve lust was". Al snel stond voor mij één ding vast: volgend jaar meedoen!
Zo gezegd, zo gedaan. Avonden lang ontwerpen, discussiëren en tekenen leverde uiteindelijk het definitieve ontwerp op. Er moesten uiteraard verschillende onderdelen getest worden. Zo ook het parachuteersysteem. U voelt hem al aan komen, er volgt weer een anekdote. Op dat moment waren mijn ouders weer voor een tweede periode naar Tanzania en de garage van mijn ouders kon goed functioneren als testruimte. Er moest een parachutekabel getest worden. Eén van de leden kwam op het lumineuze idee om het ene uiteinde aan een plafondbalk vast te maken om dan middels een dwarspaal aan het andere uiteinde kracht uit te oefenen op de parachutekabel. Hoe nu die kracht uit te oefenen? Welnu, daar had Peter Heeren wel antwoord op! Resoluut (zo is Peter nu eenmaal) pakte hij de dwarspaal en ging spontaan hangen... Dat duurde niet lang. Als een weerloze zoutzak plofte Peter, onder de kreet "Die is niet sterk genoeg!" op de grond. Een sterkere kabel was dus nodig.
De raket, de N1, kwam uiteindelijk gereed en zo vertrokken we zomer 1990 naar Mourmelon in Frankrijk. Nadat onze raket de veiligheidskeuring door was gekomen werd deze raket vluchtwaardig verklaard. Over die keuring... Wat was dat een ellende. In Nederland hadden we alles doorgerekend; de N1 zou stabiel vliegen. Daar dachten de Fransen duidelijk anders over! Uiteindelijk na een lange vergadering, waarbij ik meerdere malen de vergaderzaal binnen werd geroepen om e.e.a. in het Engels (een taal die de Fransen nauwelijks beheersen of niet willen beheersen) nader toe te lichten, werd de N1 dus toch nog goedgekeurd. Op het lanceerterrein aangekomen werd ons bij de lanceerinrichting een professionele raketmotor aangeboden. Nadat deze in de raket was gemonteerd, werd de N1 in de lanceerinrichting geschoven. Na een spannende aftelling... troi, deux, un, feu ... 0,7 seconden later explodeerde de raketmotor. Het capsule gedeelte vloog, onder de legendarische opmerking van Kees Jan "De motor is ontploft", nog enige tiental meters door om vervolgens te parachuteren en heelhuids te landen. Het jaar daarop, 1991, is de N2 met deze capsule nogmaals, maar wel met een andere raketmotor, met succes gelanceerd. Met dit project, de N2, wonnen we zelfs een prijs: Prix Joseph Mercier. Een hele eer! Men prees ons om onze veilige handelswijze. U moet weten dat de heer Mercier wat veiligheid aangaat veel voor de rakettechniek heeft betekend. Helaas is hij bij een val van een trapje om het leven gekomen.

Een statische test van een K600 motor
Een statische test van een K600 motor.

Bij terugkomst in Nederland werd de roep om een eigen raketmotor te ontwikkelen steeds sterker (de NERO was inmiddels om verschillende redenen weer uit beeld). Tevens groeide de club, want Vincent Kouer en even later Pleun Punt voegden zich bij de NAVRO. Om de NAVRO een meer solide basis te geven werd besloten een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid op te richten (tot dan was de NAVRO wel een vereniging maar een met beperkte rechtsbevoegdheid). En zo werd de NAVRO op 1 juli 1991 officieel.
In het najaar van 1991 werden de voorlopige voorzichtige proeven gedaan met een nieuwe stuwstof. Dit mengsel Kalinitrox genaamd, bleek voor amateur gebruik enkele zeer gunstige eigenschappen te hebben. Om met echt serieus onderzoek te beginnen kwam het bestuur tot de conclusie dat het wenselijk begon te worden om alles goed te regelen middels vergunningen. En zo (er volgt weer een anekdote) gebeurde het op enig moment begin 1992 dat ik het Ministerie van Verkeer en Waterstaat opbelde. Na enige moeite kreeg ik een hooggeplaatst persoon aan de lijn. Na eerst uitgebreid de NAVRO te hebben geïntroduceerd: "Meneer, graag zouden wij een vergunning willen voor raketmotoronderzoek". Na enige tijd doodse stilte: "Dat is interessant, hier heb ik nog nooit van gehoord.". "Voor zover ik weet is dat nog nooit gebeurd, maar zoals ik al zei wel zeer interessant". "Ik zal erin duiken". Dat hadden we gewonnen. Na nog vele telefoontjes en een classificatie door TNO, ontvingen wij medio 1992 als eerste amateurraketvereniging in Nederland de vergunning. Nu konden we echt verder. De tijden van min of meer stiekem doen waren voorbij. In de zomer van 1992 koos de N3 op het artillerieschietkamp ASK met succes het luchtruim. De lancering van de eerste raket met zelf ontwikkelde stuwstof was een feit. Er brak een periode aan van veel motoronderzoek en vele lanceringen.

Enkele hoogtepunten:

  • De ontwikkeling van twee standaard motoren, de K600 motor en de K1800 motor, die drie maal krachtiger was.
  • De lancering van een twintigtal raketten, waaronder enkele met videocamera's.
  • Het NAVRO veiligheidsreglement.
  • Een gedegen opgebouwde en goede relatie met het Artillerie Schietkamp ASK.
  • Onder leiding van Addy Hersman en later Pleun Punt, de realisatie van een jeugdgroep.
  • En nog veel meer...
De N2
De lancering van de N22 op het NLD14, 24 augustus 2001.

En toen werd het 13 mei 2000. Nederland werd opgeschrikt door een geweldige ontploffing in Enschede. Honderd vijftig duizend kilo zwaar vuurwerk vloog midden in een woonwijk de lucht in! Onbegrijpelijk dat zo iets kon gebeuren. Wanneer ik even snel uitreken wat de veilige afstand tot gevoelige objecten geweest had moeten zijn: 2,2 km... De gevolgen bleven niet uit. Zoals te doen gebruikelijk in dit land, werd de gehele wet en regelgeving totaal herzien en niet altijd door de juist gekwalificeerde personen. Als ik de leden van de NAVRO aankijk weten zij precies wat ik hiermee bedoel... Ook de NAVRO heeft de gevolgen aan den lijve ondervonden. "De goeden moeten lijden onder de kwaden" bleek, zoals (nogmaals) te doen gebruikelijk in dit land, van toepassing hetgeen blijkt uit de volgende anekdote: Op een woensdagmiddag in 2001 kwam het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) een bezoek brengen bij de NAVRO in "De Mijlpaal" om te bekijken of de NAVRO aan de eisen voldeed. Wat dit voor eisen waren was ons niet bekend. Alle van toepassing zijnde instanties waren op de hoogte van wat de NAVRO deed. Er leek niets aan de hand hetgeen werd bevestigd door het RIVM. Nou dat hebben we geweten... De volgende dag werd ik na het middag uur gebeld op mijn werk. "Je spreekt met de burgemeester. Ik ben zojuist gebeld door het VROM" (Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer). "Er is mij verteld: of de Mijlpaal moet m.b.t. de NAVRO worden ontruimd of ik moet hem sluiten". "Hoe kan dat nou, het RIVM is gisteren langs geweest en alles was in orde", antwoordde ik.
Om kort te gaan; in de namiddag konden wij mooi, onder begeleiding van de brandweer en de politie, onze twee doosjes met 1,5 kg stuwstof onder de arm afvoeren naar een opbergplaats in de brandweerkazerne. Nadat ik in de namiddag een leidinggevende van het VROM belde, bleek dat hij weer vernomen had dat wij wellicht enkele honderden kilo's zwartbuskruit in opslag hadden en dus kon hij niet anders. Overduidelijk weer een geval van: aan de ene kant van de stad is mijn pols verstuikt en aan de andere kant ligt hij eraf. De volgende dag belde hij mij weer op en vertelde dat hij de avond ervoor was gebeld door Defensie met de vraag: "Met hoeveel vrachtwagens moeten we komen om e.e.a. af te voeren?". Bedenk, het ging over twee doosjes van in totaal 1,5 kilo!
Maar goed, uiteindelijk is alles goed gekomen. Wel was inmiddels duidelijk dat wij niet meer in "De Mijlpaal" konden blijven. We moesten op jacht naar een separaat pandje. Dit bleek niet eenvoudig. Uiteindelijk kwamen we tot de slotsom dat wij zelf iets moesten ontwerpen en bouwen. Na de eerste voorzichtige bedenksels zoals een portakabin combinatie, een geïsoleerde container e.d. werd het, even op de zaak voor uit lopend, een ontwerp waarvan u hier het eindresultaat ziet.
Na het ontwerpen volgde een uitdaging die achteraf beschouwd een zeer, ja en zeer grote was! Waar moet het NAVRO clubhuis komen te staan? Uiteindelijk zijn wij er samen met de Gemeente Alblasserdam en de Milieudienst Zuid-Holland Zuid wel uitgekomen maar eenvoudig was het niet. Een kort overzicht:

  • 2002: De al genoemde eerste bedenksels.
  • 2003: Een portakabin combinatie op het terrein van Maat Transport; deze locatie bleek achteraf om milieutechnische redenen toch niet geschikt.
  • Begin 2004: Samen met de Gemeente en de Milieudienst werd een locatie gevonden op sportpark Souburgh.
  • Eind 2004: Deze locatie ging ook "met de haven in zicht" uiteindelijk niet door. Einde bouwvergunning poging nr.1.
  • Begin 2005: Samen met de Gemeente en de Milieudienst werd een locatie gevonden op bedrijventerrein Grote Beer.
  • Eind 2005: Ook deze locatie bleek geen haalbare kaart. Einde bouwvergunning poging nr.2.
  • Begin 2006: Uiteindelijk werd, mede door de belangrijke meewerkende inbreng van Maurits de Haan een geschikte locatie gevonden, de grond onder uw voeten. Mede door het uiterst inventief omgaan met de ambtelijke regels en dat zijn er geloof me nog al wat, door Jaap de Gruijter is uiteindelijk eind 2006 een bouwvergunning afgegeven!
Clubhui
Op 22 maart 2007 heeft Dies van Iwaarden van Klusbedrijf IDIS de wanden van het clubhuis geplaats.

Uiteindelijk begon aannemer IDIS begin vorig jaar met de bouw van het casco. En ja hoor, op 22 april 2007 stond daar trots ons eigen clubgebouw. Nog een aantal weken wat schilderen e.d. en "Klaar is Kees". Nou, dat had Gerben gedacht. Al met al zijn wij tot diep in 2007 bezig geweest met schilderen, de elektrische installatie, de verlichting en nog veel meer. Ik zeg we, maar dan bedoel ik ieder regio-lid mezelf uitgezonderd. Natuurlijk ik heb wel eens wat meegeholpen en schoongemaakt, maar een driewerf hoera voor deze leden! Nu ik dit zo zeg bedenk ik me dat ik eigenlijk niets anders heb gedaan dan opruimen en schoonmaken. Het echte werk is door hen gedaan.
Het zo juist gememoreerde overzicht (2002-2006) bracht zeer veel werk met zich mee en vroeg veel geduld en doorzettingsvermogen. Een ieder heeft zijn talenten. Welnu, daar lagen de mijne.

Nu aan het einde van mijn betoog, waarmee ik de afgelopen 30 jaar en de bouw van ons clubgebouw heb willen weergeven, rest mij nog de nu volgende personen te bedanken:

  • De heer Jaap de Gruijter voormalig lid van het college van burgemeester en wethouders te Alblasserdam; zonder zijn inventief omgaan met de ambtelijke regels was e.e.a. nooit van de grond gekomen.
  • De heer Maurits de Haan van Abr. De Haan Logistics; zonder zijn belangrijke meewerkende inbreng was deze locatie nooit mogelijk geweest.
  • De heren Henk de Bruin en Gert van Dijk van de Milieudienst Zuid-Holland Zuid; zonder de niet aflatende positieve begeleiding van deze heren had dit clubgebouw nooit aan de noodzakelijke milieutechnische eisen kunnen voldoen.
  • De heer Dies van Iwaarden van Klusbedrijf IDIS; zonder zijn geduld (de bouw is nog al wat keren uitgesteld) en handigheid was dit clubgebouw nooit gerealiseerd.
  • De heer Maat van Transportbedrijf A. Maat B.V.; voor de geboden locatie in de aanvang en later voor de opslag van ons clubgebouw in 2004.

Verder wil ik bedanken:

  • De heer Louis Vinke van LV Belettering die de gevelborden heeft geschonken.
  • De heer Peter Huiskens die uiterst vakkundig de vloerbedekking heeft aangebracht.
  • De heer Kees Kuipers van Café bar Kees en Nel die de barkrukken e.d. heeft geschonken.
  • Tekenbureau G.C. de Jong v.o.f. die de kuipstoelen heeft gesponsord.
  • Ook wil ik mijn moeder bedanken die vijf jaar lang mij heeft opgevangen wanneer het weer eens tegen zat en het heeft tegengezeten! Moeder, bedankt!

Afsluitend wil ik een ieder die op de een of andere manier heeft bijgedragen aan de realisatie van ons clubgebouw, maar nu niet door mij is genoemd, hartelijk danken.

Bedankt!

Voor dat ik het woord geef aan de heer Jaap de Gruijter, wil ik de microfoon geven aan mevrouw Ligthart-de Jong.

Vorige

Ga naar boven
JSN Boot template designed by JoomlaShine.com