Terminal Velocity I
De vinsectie van de Terminal Velocity II tijdens constructie.

Door Benjamin Wilkosz

Verwante artikelen:
  • NLD29 lanceercampagne, 8 mei 2009

Waarschuwing: alle verantwoordelijkheid wordt afgewezen! De inhoud van deze pagina heeft als enkel doel te informeren. Probeer geen experimenten na te doen die op deze pagina staan. De NAVRO en de auteur van dit artikel kunnen geen verantwoordelijkheid nemen voor lezers die gebruik maken van dit artikel. Het is in Nederland verboden bij wet om de hier beschreven stuwstof te bezitten als u niet in het bezit bent van een ontheffing op de "Wet Explosieven Civiel Gebruik" (WECG).

De Terminal Velocity II, die gebaseerd is op zijn voorganger, was gebouwd om de de Avalon 8+ raketmotor te testen tijdens een vlucht. Na het debacle met de Terminal Velocity I, is er een nieuwe Avalon 8, de Avalon 8+, met een hogere Isp en impuls ontworpen en gemaakt. de glasvezel/koolstofvezel romp van de TV II was vrijwel gelijk aan die van de TV I. Het elektronicacompartiment bevatte allen de meest noodzakelijk elektronica voor zijn eerste vlucht: een R-DAS en twee met de G-Switch werkende TRAX-ART's. De twee TRAX-ART's werden gebruikt als back-up voor de loodsparachute, die op het hoogste punt uitgeworpen moet worden. Deze basisconfiguratie werd gecomplementeerd met een kleine zender om de TV II na de landing terug te kunnen vinden. Als de TV II zijn eerste vlucht succesvol volbracht heeft, gaan er bij toekomstige vluchten meer elektronica mee, zoals een camera en GPS.

De vlucht van de TV II ging volgens plan. Een klein probleem was het te vroeg ontplooien van de hoofdparachute. Omdat het grootste deel van de vlucht boven de wolken plaats vond kon alleen de R-DAS het probleem verduidelijken. Vanwege de sterke wind op de lanceerdag was de lanceerhoek van de lanceertoren 75 graden. Dit zorgde ervoor dat de raket op het hoogste punt een snelheid had van ongeveer 120 km/u. Omdat de neuskegel niet was uitgerust met elektronica voor deze vlucht, was het geplande vergrendelingsysteem voor de neuskegel/hoofdparachutecompartiment nog niet ingebouwd. Toen de TV II onder de wolken tevoorschijn kwam na ongeveer 2,5 minuten vluchtduur, hing de hele configuratie aan de hoofdparachute. Omdat de ontsteking van de pyrolading van de hoofdparachute duidelijk te zien was op de ingestelde hoogte van 200m, kon het te vroege ontplooien niet worden toegeschreven aan een te vroege ontsteking. Daarom kan de abrupte snelheidsvermindering aan de loodsparachute de reden van het te vroegen ontplooien zijn. De R-DAS laat echter een ander verhaal zien, zoals te zien is op de hoogtegrafiek hieronder. Op het hoogste punt is alleen de loodsparachute ontplooid. De hoofdparachute was pas 25 seconde later op een hoogte van 1200 meter ontplooit, nog boven of in de wolken. Omdat de zwartkruitlading voor de hoofdparachute niet was uitgerust met een back-up en de TRAX-ART niet meer kon ontsteken na meer dan 31 seconde in de vlucht, kan de enigste reden voor de te vroege ontplooiing de centrifugale krachten zijn die ontstaan door de rotatie van de romp tijdens de afdaling aan de loodsparachute. Gelukkig is de TV II in zicht geland en hij was snel terug gebracht. Er was geen grote schade te zien aan de romp, motor, elektronica of het parachuteersysteem. De Avalon 8+ motor presteerde zoals gepland en accelereerde de TV II met 11G naar een topsnelheid van 860 km/u.

De volgende stap is een uitbreiding met een videocamera en het benodigde vergrendelingsysteem voor de neuskegel, waar de camera in komt. Parallel aan deze upgrade van de TV II zal een nieuwe Avalon met ongeveer 5700Ns impuls worden ontwikkeld, de Avalon 9, die gebruikt zal gaan worden in de toekomstige vluchten van onder andere de TV II.

Benjamin Wilkosz

Ga naar boven
JSN Boot template designed by JoomlaShine.com